“Je thuistaal vormt een anker, een houvast.”

Interview met Lubert Priems (Stichting Laudio) over Mariette (door Elisabeth Morrhey)

 

Mariette is geen theatervoorstelling, audiotour, live performance of installatie, maar een klankkast en een podcast, gemaakt door Stichting Laudio.

Lubert: In dienstencentrum De Piepel hebben we de kamer van Mariette ingericht. Als je er binnenkomt, stap je in een levensgrote Limburgse klankkast met allerlei tweedehands kasten die symbool staan voor de oudere zelf. Je ziet ook hier en daar wat sporen op de kasten, wat krasjes, wat deukjes, scheefhangende deurtjes: ze hebben hun heel leven al achter zich, net zoals Mariette. Als je de kastdeurtjes open doet, begint Mariette te praten. Ze vertelt hoe het is om ergens in een verzorgingshuis een thuis te moeten maken. Het is natuurlijk wel wat: om van een groot huis plots naar een kamer te gaan. Dan heb je ook nog nieuwe buren, een nieuwe omgeving, je krijgt verzorgende mensen, keukenpersoneel, die krijg je er allemaal bij. Tegelijkertijd ga je natuurlijk ook niet voor niks naar een verpleeghuis. Je moet ook heel veel regie uit handen geven, want je moet toch verzorgd worden. Kortom, met heel veel goede bedoelingen worden er dingen voor jou gedaan. Alleen, hoe maak je op dat moment een thuis, hoe ga je je daar prettig bij voelen?

 

Uit onderzoek blijkt de thuistaal daarin een belangrijke rol te spelen.

Lubert: Er zijn twee wetenschappers die dat hebben onderzocht: wat gebeurt er als je op dat moment in je leven een thuis moet maken, en welke rol speelt taal daarin? Dat waren wetenschappers van de Universiteit Maastricht en van het Meertens Instituut: Leonie Cornips en Jolien Makkinga. Zij hebben onderzoek gedaan in zo'n verpleeghuis, om te kijken wat streektaal of dialect met ouderen doet. Wat blijkt? Als ouderen hun eigen thuistaal horen, dan vergroot dat echt hun geluksgevoel en welzijn en zelfs hun zelfstandigheid. De verhalen die de onderzoekers hebben verzameld tijdens hun onderzoek hebben we gebundeld in Mariette. Het zijn hele kleine, anekdotische verhalen en Mariette vertelt ze in haar eigen taal, de taal waarin zij zich het meest thuis voelt: het Tongers dialect. Mariette is dus gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, maar de inhoud is niet academisch. We maken van Mariette een echt persoon die bijvoorbeeld houdt van postkaartjes. Je kan ter plekke ook een kaartje achterlaten in haar brievenbus. Ook in haar kasten gebeurt vanalles: er staan allerlei voorwerpen in die voor ouderen heel herkenbaar zijn. Die voorwerpen zijn ook, soms symbolisch, gerelateerd aan het verhaal dat Mariette vertelt.

 

Sommige woorden die Mariette uitspreekt in het Tongers dialect, hoor je ook in andere thuistalen.

Lubert: We hebben samen met MoMeNT een oproep gedaan: alle Limburgers konden 14 Nederlandse woordjes inspreken in hun eigen taal via de WhatsApp van Mariette. Er zijn dus heel veel variaties aan Limburgse dialecten, maar ook varianten van Poolse, Griekse of Turkse mensen die in hun eigen taal hebben ingesproken. Je reist heel even door de provincie Limburg als je bij die klankkast bent. Daarom noemen we het een Limburgse klankkast, al is het vooral het Tongers dialect dat je hoort omdat dat de thuistaal van Mariette is.

 

Het belang van de thuistaal blijkt een gemeenschappelijke factor te zijn voor alle mensen.

Lubert: Het maakt niet uit of je in het Tongers, het Tilburgs of het Turks bent opgegroeid, we gaan allemaal terug naar onze thuistaal. Het gaat om de taal waarin je bent opgevoed, je moedertaal. Die is vaak dialect, of streektaal, maar niet per se. Als je ouder wordt en je hoofd en lijf laten het afweten, dan is er nog één ding waar je wel de regie over hebt: je thuistaal, want die zit bij je hart. De thuistaal vormt voor de ouderen een anker, een houvast. Maar het wordt ook ingezet als wapen, want je sluit ook mensen uit als je lekker in je dialect, lekker “onder ons” praat. Al die facetten komen terug in de klankkast.

 

Het onderzoek vond plaats in Maastricht, maar de conclusies gelden ook voor Belgisch Limburg. Al zijn er ook verschillen.

Lubert: Ik vind het heel fijn om niet alleen de overeenkomsten maar ook de verschillen te laten zien. In Belgisch Limburg kunnen de kleinkinderen bij wijze van spreken de oma's en opa's niet meer verstaan als ze plat spreken; in Nederlands Limburg is dat on-denk-baar: daar viert streektaal hoogtij. Kinderen worden volop in het plat opgevoed: dan hoor je erbij, ben je 'ene van us': het heeft echt een bepaalde status.

 

De oorspronkelijke tekst voor het project werd geschreven door Jacqueline Kerkhof. Voor Tongeren werd de tekst vertaald door Tongenaar Albert Knapen, die zich inzet om het Tongers dialect te bewaren. Een andere Tongenaar sprak de tekst vervolgens in.

Lubert: De generatie ouderen die we nu in Tongeren hebben, spreekt het Tongers dialect nog. Eén van hen hebben we ingezet om de teksten in het plat Tongers in te spreken voor Mariette: Marie Louise, die zelf in woonzorgcentrum De Motten woont. Zij heeft het echt heel goed gedaan. De kracht van Marie Louise is dat ze zelf in een verpleeghuis woont en dat ze haar ogen en haar oren goed gebruikt. Ze maakt veel mee, dus ze herkende ook veel in de verhalen. Dat maakte het inspreken voor haar ook veel gemakkelijker. En voor het publiek maakt het ook een verschil. Er zit een bepaalde authenticiteit in bij Marie Louise en dat hoor je. Als je Mariette via haar stem hoort spreken, weet je: het is echt, ze weet waar ze over praat.

 

Voor meer informatie over het wetenschappelijk onderzoek en de podcast, klik hier.

Mariette